Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 5 februari 2016

Gemeente moet overcapaciteit leegstand benutten

burgers in de benen

Hij is raadslid voor D66 én voorzitter van de Stichting Burgerparticipatie Hoogezand. En vanuit deze rol ook verantwoordelijk voor De Badde; het schoolgebouw dat sinds 2014 beschikbaar gesteld is aan de inwoners van de wijk Gorecht. Toine Fennis: hij heeft ambities met De Badde. Maar vanzelf gaat het niet. Want De Badde moet niet alleen sociale en culturele meerwaarde genereren. Het moet ook inkomsten genereren en kosten doorberekenen aan gebruikers met krappe portemonnees. Dat kan heel gemakkelijk anders, vindt Fennis. Daarbij is wat hem betreft de gemeente aan zet.

‘In de Badde wordt al veel georganiseerd’, vertelt Fennis. Zo is er elke avond Thaiboksen, er wordt Zumba gedanst, er is Arabische les, muziek, een speelgoedbank en een Afrikaanse groep die regelmatig bijeenkomsten en maaltijden met een verhaal organiseert. Initiatieven van inwoners die iets organiseren in De Badde. Maar als de gemeente zijn beleid zou wijzigen denkt Fennis in De Badde niet alleen méér te kunnen organiseren, maar zouden er ook meer mensen gebruik van maken. Het probleem is namelijk: geld. Op dit moment moeten initiatiefnemers de kosten voor zaalhuur, schoonmaak, gebruik van toiletten in De Badde terugverdienen via de gebruikers van hun bijeenkomsten. Want ook De Badde heeft vaste lasten die wel betaald moeten worden. ‘Voordat er nog maar iets georganiseerd is, zijn er dus al kosten’, zegt Fennis. ‘En die moeten nu verrekend worden via deelnemers aan zo’n activiteit.’ En juist de mensen die willen meedoen aan activiteiten hebben vaak een krappe portemonnee. Om toch mee te kunnen doen aan activiteiten kunnen ze een gemeentelijke bijdrage vragen uit het Activiteitenfonds. Hiervoor moet de gemeente administratieve handelingen verrichten en het geld wordt op een privé rekening gestort. Dan pas zullen er mensen komen. ‘Als ze al komen’, zegt Fennis, ‘en dat geld niet aan bijvoorbeeld boodschappen besteden.’ Te veel drempels, vindt Fennis. Overbodige drempels ook. Wat hem betreft kan het veel eenvoudiger, met minder administratieve handelingen. Zijn voorstel: de gemeente sponsort de Badde met een jaarlijks bedrag waarmee de kosten voor telefoon, internet, schoonmaak en andere vaste lasten betaald kunnen worden. Die basiskosten hoeven dan niet meer te worden terugverdiend via gebruikers van de activiteiten. Waardoor de bijeenkomsten goedkoper worden en er meer gebruikers aan kunnen meedoen zonder een aanvraag uit het Activiteitenfonds te hoeven doen. Waardoor de gemeente weer minder administratieve handelingen hoeft uit te voeren. Waardoor er weer minder drempels zijn om mee te doen aan activiteiten. En er dus meer animo zal zijn. ‘Veel minder werk, maar wel veel meer voordelen’, zegt Fennis.

 

Activiteitenfonds

Volgens Toine Fennis zijn er voor de gemeente meerdere mogelijkheden om participatie te stimuleren. ‘De gemeente wil graag dat mensen zelf initiatieven nemen, maar werpt tegelijkertijd teveel barrières op’, zegt hij. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij de aanvraag van subsidies. In deze gemeente kan dat op dit moment alleen wanneer je een organisatie bent. Daarmee belemmer je initiatieven van bewoners, die gewoon iets willen organiseren. Ik zou willen voorstellen dat de gemeente hiervoor het Activiteitenfonds inzet. Zo kan iemand goedkoop iets organiseren en hoeven er geen financiële bijdragen aangevraagd te worden om mee te kunnen doen.’ Iets dergelijks zou de gemeente ook moeten doen voor mensen die een onderneming willen starten. ‘Als beginnend ondernemer heb je niet zo maar een ruimte van waaruit je kunt werken. Tegelijkertijd staan er in deze gemeente kantoorpanden leeg. Waarom biedt de gemeente deze panden niet aan startende ondernemers aan? Als stimulans? Ook dat levert meerdere voordelen op. Een inwoner kan ‘om niet’ een onderneming starten en de gemeente heeft een beheerder van een leegstaand pand.’ Dezelfde kansen ziet hij voor grotendeels onbenutte gymzalen.’Op dit moment kost de leegstand van gymzalen de gemeente geld. Wanneer je die beschikbaar zou stellen voor initiatieven van inwoners levert je die leegstand elk geval participatie op.’

 

Vitale onderneming

Terug naar De Badde: waar staat de Badde in 2020 als het aan Toine Fennis ligt? Ideeën genoeg. Toine Fennis zou willen dat er ook een bewonersbedrijf komt. Een groep bewoners die tegen geringe vergoeding mensen helpt met klusjes, de tuin onderhoudt, een peuterspeelzaal beheert of mensen helpt bij hun administratie. Sociaal ondernemerschap, ook zoiets. Ondernemers die mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt helpt werkervaring op te doen. Of zorgt dat er in De Badde mensen via dagbesteding een koffie- of lunchhuis op poten zetten. Bezoek in De Badde, dagbesteding in De Badde en inkomsten uit het werk. Zo zijn er wat Fennis betreft meerdere mogelijkheden om inkomsten en meerwaarde te genereren die De Badde een vitale onderneming maken. Schilderen met verstandelijk gehandicapten en de schilderijen verkopen, leerwerkplekken, basiscursussen voor startende ondernemers. Lezingen organiseren over bepaalde thema’s. Een repaircafé opzetten. De Badde als voorbeeld voor andere sociale vastgoedinitiatieven. Fennis is er nog niet. Maar wel onderweg. Want hij gelooft in zijn visie: uitnodigen, ontmoeten, verbinden, inspiratie en groei. Wie hieraan een bijdrage wil leveren, is van harte welkom in De Badde.